zaterdag, 30 mei, 2015
Een Terzijde

Van hiervoor: Strond
Wat volgt: NPO verkoopt zijn soul door Radio 6 niet te redden

Het Parijs van Roemenië

De Brink staat vol met kraampjes. Zomeroliebollen, afgedankt servies, sinaasappeldozen gevuld met thrillers en kinderboeken, televisietoestellen waaraan je je vertilt. Mensen kijken je hoopvol aan als je langsloopt. Het lijkt Koningsdag, maar het is al mei, op twee dagen na juni. In de muziektent schalt een stel heren lotnummers over de Brink. Van twee Albert Heijn-meisjes krijg ik een stroopwafel en een kortingsbon. Ik wist nergens van. Ik ben hier eigenlijk van plan een haring met uitjes te kopen; dat moet even wachten.

Ik ga de boektitels langs. In dergelijke situaties ben ik altijd bang mijn debuut tegen te komen. Ongelezen, mee te nemen voor een eurootje. De bak met streekromans trekt, maar ik vind niets. Ik moet kritisch zijn. Vanmorgen heb ik nog mijn boekenkast opgeschoond. Aan boeken geen gebrek. Als de stroopwafel op is, ga ik voor de viskraam staan. Er klinkt rumoer uit de muziektent. ‘Kom op zeg!’ De heren van de loterij zijn verbaasd. ‘Iemand heeft dit lot gekocht, dat moet wel. Kom maar naar voren. De kaartjes voor Nick en Simon zijn voor u!’
Ik glimlach als ik de beurt krijg van de Spakenburgse. ‘Eén harinkje, alstublieft.’
‘Eén?’
Ik voel mij bijna beschaamd, alsof één te weinig is en je pas meetelt in deze rij als je minstens twee haringen bestelt. Maar ik houd voet bij stuk.
‘Zal ik ‘m in stukjes snijden? Dat eet makkelijker.’
Dat wil ik liever niet, zo hoor je haring niet te eten, maar ik knik. De professional zal het wel beter weten.

Als ik een stuk haring op de plastic vork heb geprikt, word ik benaderd door een jongen en een meisje met een oranje petje op. Of ik een lot wil kopen. Het is maar een euro. Dat wil ik wel.
‘Heel fijn, meneer.’
‘Waar is dit eigenlijk voor?’ Ik draai met mijn vinger in de lucht, een gebaar dat de hele Brink moet omvatten.
‘Voor Paris,’ antwoordt het meisje. Ik haal mijn schouders op. Ik ken het plaatsje niet, klinkt als Parijs maar dan in het Engels. ‘Een arm dorpje in Roemenië.’
Maar natuurlijk, Roemenië. Het dorpje heet Periș. Ik heb het opgezocht. Het ligt in het Hongaarstalige deel van Transsylvanië. Een arme, maar prachtige regio. Een goedbestede euro. Mijn lot doet mee in de veertiende ronde. Een jongetje mag een keukenmachine ophalen, ik niet.

‘En door naar ronde vijftien.’

Ik prik het laatste stukje haring van mijn kartonnen bordje, veeg de uisnippers erop en breng de vork naar mijn mond. Het is een mooie dag. De Brink gaat door voor het Parijs van Roemenië. Ik loop naar huis. Ronde vijftien maak ik niet meer mee.