woensdag, 26 maart, 2014
Blog

Van hiervoor: Boekpresentatie Verdwenen grenzen
Wat volgt: De fallus van Saoedi-Arabië

Een vleugje discriminatie scoort lekker in verkiezingstijd

De vrijdag na de gemeenteraadsverkiezingen is het 21 maart. Op diezelfde dag in 1960 nam de politie in het Zuid-Afrikaanse Sharpeville actievoerders tegen de apartheid onder vuur. Het werd een afgrijselijk bloedbad. De dag zelf is uitgeroepen tot International Day Against Racism en is het ‘hoogtepunt’ in de week tegen de discriminatie. Toevallig kiezen we onze gemeenteraadsleden in diezelfde week. Al lijkt het soms dat enkele grote politieke partijen deze immer belangrijke themaweek verwarren met een week vóór de discriminatie. Het is alsof we in de droomwereld van Geert Wilders zijn beland.

In Rotterdam spreken we Nederlands
De VVD oogst een hoop verontwaardiging – dus ook een hoop stemmen – met de posters waarop de liberalen Rotterdam, toch bij uitstek de internationale stad van Nederland, exclusief toedichten aan de Nederlanders. In Rotterdam spreken we Nederlands. Even onjuist als doeltreffend.

Iedereen had wat over de VVD-poster te zeggen. Zelfs premier Rutte hield zich er niet buiten: ‘Een mooie poster’ en ‘een goede boodschap’. Er zit een idee achter, ja, maar de leus stoelt op een discriminerende gedachte. Enfin, degenen die zich gediscrimineerd zouden voelen, kunnen de tekst toch niet lezen, dus waar hebben we het over? Partij van de Arbeid-leider Diederik Samsom laat bij BNR Nieuwsradio terecht weten dat hij de poster ‘een beetje bekrompen’ vindt.

Oost-Europeanenquotum
Ik ben benieuwd of Samsom hetzelfde denkt over de manier waarop zijn partij Oost-Europeanen wegzet als tweederangs personen. Van de PvdA mag er voortaan maar één arbeidsmigrant uit Oost-Europa per twaalf vierkante meter wonen en moeten ze verder over de stad worden verspreid. Alsof er over pionnetjes wordt gesproken, niet over mensen die over zelfbeschikking beheersen. Het IJzeren Gordijn is eind dit jaar exact vijfentwintig jaar geleden naar beneden gestort en het Oostblok bestaat niet meer, maar de negatieve connotatie die de PvdA de Oost-Europeaan meegeeft, is duidelijk hoorbaar.

Je kunt amper nog naar je auto lopen zonder te struikelen over zo’n vervelende Zuidoost-Europeaan, sinds het opengaan van de grenzen voor Roemeense en Bulgaarse werknemers op 1 januari jongstleden. Of nee, eigenlijk valt dat best mee. Van de geprofeteerde tsunami van Bulgaren en Roemenen is voorlopig nog geen sprake. Uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat er 614 Roemenen en 340 Bulgaren zijn gearriveerd. De hapklare waarschuwingen van de PVV en SP, maar ook van de PvdA via minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken, blijken voorlopig slechts een instrument om kiezers te winnen.

Marokkanen
Het is zorgelijk dat politici zich ongenuanceerd uitdrukken om onze aandacht te krijgen. U en ik mogen ongenuanceerd zijn, maar de politiek niet. Door alle ‘subtiele’ berichten vanuit de VVD en de PvdA heeft Geert Wilders het gevoel dat hij zichzelf moet overschreeuwen om relevant te blijven. Aan de ene kant is hij blij dat de andere partijen zijn idioom en boodschappen overnemen – missie geslaagd, zou hij denken -, maar aan de andere kant moet hij zijn waarde bewijzen tegenover het electoraat. ‘Hoe minder Marokkanen in Nederland, hoe beter’, zei Wilders afgelopen week. Als de PvdA aan Wilders zijn MOE-landers komt, grijpt hij terug op de Marokkanen van de PvdA.

PvdA-minister Frans Timmermans spreekt vermoedelijk namens de hele partij als hij de uitspraken van Wilders ‘verwerpelijk’ noemt. ‘Waar Nederland behoefte aan heeft, is dat we samen de schouders eronder zetten, niet dat we bevolkingsgroepen tegen elkaar op gaan zetten. Marokkaanse Nederlanders horen bij Nederland, blijven in Nederland, dragen bij aan de opbouw van de Nederlandse samenleving’, aldus de minister. Een duidelijke reactie. Van de Marokkanen blijf je af, maar de Polen, Bulgaren en Roemenen mag je als partij zonder problemen gelijkstellen aan overlast.

Tolerantie als exportproduct
In Rotterdam en in de rest van Nederland spreken we onze talen. Al eeuwenlang zijn we een handelsnatie – niet altijd even koosjer, hallo zwartepietendiscussie, maar dat terzijde – en verwelkomen we volkeren die ons verrijken. Daarin ligt onze kracht. Daar worden we in het buitenland om geroemd. Nederland doet mee op het wereldtoneel, ondanks de geografische nietigheid. Alle vernuftige producten ten spijt: tolerantie was ooit ons grootste exportproduct.

Voor velen is de eeuwige discussie over discriminatie een uitgekauwd verhaal en verzandt deze al snel in gespannen komediespel. Iedereen is tegen racisme, ook de politieke partijen. Natuurlijk, logisch, vanzelfsprekend. Maar een vleugje discriminatie scoort soms wel lekker. In Rotterdam spreken we Nederlands, één Oost-Europeaan per twaalf vierkante meter. Duidelijke, Wilderiaanse taal. Het is de vraag of dat juist is tegenover de 69 actievoerders die in Sharpeville de dood hebben gevonden en allen die nog dagelijks te maken hebben met uit kortzichtigheid voortvloeiend racisme.

Dit stuk is eerder gepubliceerd door De Volkskrant.