Apenstreken

Ik schrik me het apelazarus. De gorilla tegenover mij brult. Zijn kroost ruikt aan de rondslingerende uitwerpselen alvorens ze er poepballen van maken en elkaar beschieten. Ze lachen, zo klinkt het. Een behendige worp zou mij recht in het gezicht raken, maar kogelwerend glas verhindert de aanslag. Nu lachen ze niet meer; ik wel.

Een hoge lach en een orgie

De boeren, de arbeiders en het stadsgepeupel anno nu geloven niet meer in draken of heksen. Ze denken dat ze weten. Ze geloven niet meer in de hoge heren, maar nog wel in de producten van hen. De tranen lopen rijkelijk over de wangen van de heren. Lachtranen. De koningen van de lach bedanken hun voorvaderen met een kus op het familiewapen en mieteren daarna hun maatpak op de grond.

romans: of de oleander de winter overleeft - de verovering van vlaanderen - a27 - verdwenen grenzen

© 2005 - 2019, Stefan Popa