De nachtelijke besognes van Bram Peters

Toen de nacht inviel, draaide Bram Peters de toiletdeur van het slot, zette deze voorzichtig open en vergrootte de kier door zijn hoofd voorzichtig door de ontstane opening te duwen. Hij had enkele uren in het donker gezeten, waardoor zijn ogen gewend waren om schimmen te onderscheiden. De overloop was van alle leven ontdaan, zag hij, maar hij wilde er zeker van zijn. Hij luisterde of er iemand was achter een van de vele deuren. Een minuutlang bleef het stil. En ook de volgende drie minuten suisde enkel de meest zuivere stilte zijn oren binnen.

Op de kermis

– Kom je hier vaker? – Meestal één keer per jaar. Soms twee keer. – Ja, ik wilde net zeggen: volgens mij zag ik jou gisteravond ook lopen. – Is dat zo? – Ik weet het vrijwel zeker. Ik heb alle avonden tot nu toe meegemaakt. Eergisteren was je er niet, maar gisteren viel je […]

Koningin

En of er iets was veranderd. Aan het pils lag het niet. Dat was koel. De dorst was groter dan het budget, maar iemand van ons had een verlaten fles graanjenever gevonden achter dozen tissues en blikken knakworsten. ‘Alsof mijn ouders het missen,’ zei hij. We knikten als het collectief dat we waren. De fles ging rond. Gezichten trokken strak. Lekker man. Dronken worden.

romans: of de oleander de winter overleeft - de verovering van vlaanderen - a27 - verdwenen grenzen

© 2005 - 2021, Stefan Popa