Adelfa

Het mag weer: je storen aan anderen op het terras. Ik erger me onterecht aan mensen die brood eerst in olijfolie, vervolgens in zout dopen en dan uitgebreid de Italiaanse keuken roemen. When in Rome, do as the Spaniards do.

Hoewel ik van Italië houd, heel veel zelfs, zou ik dit jaar graag Spanje aandoen. Over een aantal weken verschijnt namelijk de Spaanse vertaling van Of de oleander de winter overleeft. Mijn uitgever aldaar, Ricardo van Armaenia Editorial, vroeg of ik nog ideeën had voor de cover. Dat vond ik opmerkelijk. Ik heb van collega-auteurs begrepen dat je een blij belletje krijgt van je Nederlandse redacteur, een verwaarloosbaar voorschot aantreft als je internetbankieren opent, en een jaar of twee later een paar exotische romans ontvangt met jouw naam erop. Ik antwoordde direct met de naam van Costas Balafas, een Griekse fotograaf die heel Griekenland in beeld heeft gebracht, dus ook de Aroemeense dorpen in het noorden van het vasteland. Een week later mailde mijn Spaanse uitgever de omslag van Si la adelfa sobrevive al invierno

Ik was ontroerd en dacht twee jaar na het verschijnen van mijn roman: dat is waar ook, ik ben een schrijver. 

Als auteur moet je niet te veel verwachten van het schrijverschap. Dan blijft schrijven leuk. Dat zeg ik tegen iedereen die het (niet) horen wilt. Je moet alleen iets verwachten van jezelf. Het beste verhaal op papier krijgen. De kwelling aangaan en dan, na het inleveren van de laatste versie van het manuscript, vergeten wat een kwelling schrijven is, om dan te enthousiast raken over een nieuw idee en jezelf voorhouden dat je eindelijk werkt aan die perfecte roman.

Doelen mag je wel hebben, hoewel doelen wel heel erg corporate zijn. Op mijn wensenlijstje stond onder andere een nominatie voor een bescheiden literaire prijs en een vertaling, in welke taal dan ook.

De Duitsers waren een paar keer dichtbij, maar staken toch niet de grens over. Ricardo las de hoofdstukken die mijn uitgeverij HarperCollins had vertaald naar het Engels en kocht vrij onverwachts de Spaanstalige rechten aan. Die avond dronk ik te zoete sangria die naadloos paste bij mijn stemming.

Het is weer de tijd voor wensen. Een, eigenlijk. Ik heb er niet veel meer. Uit eten ben ik al geweest. Dus dan moet het een reis zijn, een reis die er dit jaar waarschijnlijk niet in zit – maar een wens is een wens. Ik wil sangria drinken, of iets met meer smaak, in het land dat mij zoveel plezier heeft gedaan. Bladeren in een boek dat in het Pindosgebergte is ontstaan, in Nederland is geschreven en nu een Spaans thuis heeft gevonden.

En dan, nadat ik op een plaza brood in olijfolie en zout heb gedoopt, zal ik verzuchten hoe voortreffelijk de Spaanse keuken is. 

IIk schreef dit op

Wil je dit verhaal delen met je vrienden? Dat kan bijvoorbeeld op Facebook of Twitter. Of lekker mobiel met Whatsapp.

romans: of de oleander de winter overleeft - de verovering van vlaanderen - a27 - verdwenen grenzen

© 2005 - 2021, Stefan Popa