maandag, 24 oktober, 2011
Blog

Van hiervoor: Gedumpt voor het plassen
Wat volgt: De val van een rode kater

Zij wil kinderen

‘Ik wil kinderen.’
‘Nu?’
‘Ja.’
‘Nee.’
‘Ik wil het gewoon proberen.’
‘Dat wil ik ook wel.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja.’
‘Schat toch.’
‘Maar ik hoef geen kinderen.’
‘Pardon?’
‘Ik hoef ze niet.’
‘Hoeven?’
‘Ik neem geen kinderen.’
‘Je neemt ook geen kinderen: je krijgt ze gegund van boven.’
‘Het brouwen van een baby begint hier beneden hoor.’
‘Je zult een goede brouwer zijn, denk ik.’
‘Ik weet het niet.’
‘Jawel. Je bent slim, creatief, knap.’
‘Ga door.’
‘Onze kindjes krijgen mooie oogjes.’
‘Waarschijnlijk heb je gelijk.’
‘Dus we gaan een nestje bouwen?’
‘Nee. Adopteer maar een Braziliaantje.’
‘Adopteren?’
‘Ja. Van een afstandje. Je hebt prima programma’s tegenwoordig. En je verzorgt het pensioen van een aantal protserige sigarenrokers. Iedereen blij.’
‘Ik wil geen Braziliaantje.’
‘Je krijgt in ieder geval geen Pakistaantje. Die zijn veel te licht ontvlambaar.’
‘Ik vind je stom.’
‘Ik ook.’
‘Klootzak.’
‘Ga verder.’
‘Nee!’

‘Het spijt me. Ik wil ook kinderen.’
‘Echt?’
‘Ja. Ik ben ze al aan het baren.’
‘Jij met je hopeloos geschrijf.’

‘Oké. Jij wilt kinderen?’
‘Ja.’
‘Dan nemen we ze. Ik bedoel: dan schakelen we onder én boven in, in de hoop dat het ons wordt gegund.’
‘Dat klinkt al beter. Maar ik hoef ze nu nog niet hoor.’
‘Niet?’
‘Nee. Nog niet.’
‘Godzijdank…’
‘Maar zullen we wel een katje nemen?’
‘Worden katten je niet gegund? Zijn wij mensen beter dan viervoeters?’
‘Je ontwijkt mijn vraag.’
‘Is een goudvis ook goed?’
‘Nee.’
‘…’
‘…’
‘Oké, maar ik verzin de naam.’
‘Ik houd van je.’
‘Ik ook van jou.’
‘Ken je de overbuurvrouw nog, die grijze? Jawel, ik heb jullie eens aan elkaar voorgesteld. Ze had niets te doen vanmorgen – ze is al oud hè? – en zag mij lopen met de vuilcontainer. Of ik ook even die van haar aan de weg kon zetten. Ik dacht: nee, maar ik deed het natuurlijk wel. Ze bedankte me met een kop thee. Rooibos, walgelijk, maar het koekje smaakte niet zo slof als ik verwachtte. Hoe dan ook, terwijl ik aan het kauwen was, hoorde ik hoge tonen die de gastvrouw zelf niet kon horen. Wat bleek? De poes van de buuf’ had een nestje kittens ter wereld gebracht. Ze waren echt zó schattig.’
‘Eén maar,’ verduidelijkte ik, terwijl ik het gesprek langzaamaan begon te begrijpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*