biografie

Wilders in het wild 31.05.

Het afgietsel van Cornelis Lely, geestelijk vader van de Zuiderzeewerken,  dat op dertig meter hoogte ‘zijn’ Lelystad in de smiezen houdt,  heeft in zijn gehele dodenslaap nog nooit zo’n optocht mogen aanschouwen. Lelystedelingen duimen al jarenlang op de officiële intocht van de goedheiligman, maar krijgen elk jaar weer de zwartepiet toegespeeld. Gelukkig was daar zaterdag ineens de toekomstig Voerman, Geert Wilders, om een klein voorproefje te geven op een feestelijke stoet door de puberende hoofdstad van Flevoland.

De polderzon verwarmde de heilige haren van de PVV-leider en zijn volgzame werknemers. Wilders kwam aan met zijn breedgeschouderde bewakers in dure en degelijke auto’s van de toekomstige bondgenoot; zijn folderuitdelende vrienden in een grote witte bus achter hem. Zo verwelkomde de uitzinnige polderjongens en –meisjes de verlosser van Nederland. ‘Het is hem, het is hem echt,’ joelde het middelbare meisje naast me enthousiast en de tranen bungelden nog net niet over haar wangen. Een grote groep loeide: ‘Wilders bedankt, Wilders bedankt, Wilders, Wilders, Wilders bedankt’. Mensen grepen naar hun mobiele belapparaten om familie, vriendin en vijanden uit te nodigen om in de Optocht voor de Vrijheid mee te wandelen.

Een enorme mensenmassa omcirkelde de blonde leider tijdens zijn wandeling door één van de jongste steden van Nederland. Een drukte van jewelste; toch bleef het rustig. De minderheden die een redelijke meerderheid vormen in de demografische gegevens van de stad bleven netjes achter hun gordijnen en hadden geen boodschap aan de boodschap ‘meer veiligheid, minder immigratie’. De paar Marokkanen, Irakezen, Afghanen en anderskleurigen die Wilders wel in het wild zagen paraderen, schudden met hun hoofd, mompelden en mopperden wat, vloekten  op zijn hoogst  en / of liepen schouderophalend door. Een enkeling verkondigde zelfs ‘écht op hem te gaan stemmen, want hij heeft natuurlijk helemaal gelijk’.

Iets kriebelde mijn maag en darmen toen Lelystad hun geblondeerde Messias binnenhaalde. Niet van enthousiasme en hartstocht, zoals bij het publiek dat dolgraag een krabbeltje van hun ‘vriend’, ‘leider’ en ‘verlosser’ (echt gehoord) ontvingen of met de blonde coup geflitst wilde worden. Nee: er zou maar een gek zijn die de ingewanden van Wilders over de jonge stoeptegels wilde uitsmeren. Dan stond ik (samen met mijn geliefde) niet heel strategisch opgesteld, zo dichtbij de Voerman.

God- of Wilderzijdank ontbraken de gevaarlijke gekken en konden mijn geliefde en ik een heerlijk drankje drinken en de Wildersmania nabespreken op één van de liefelijke terrasjes die Lelystad herbergt. Conclusie: het was een vreemde gewaarwording, vol halleluja en hosanna. Ook Cornelis Lely en de duif op zijn edele hoofd zuchtten toen de Voerman weer in zijn Duitse auto stapte en richting het land boven de zeegrens verdween. Op zijn dertig meter hoge zuil hervatte Lely zijn zoektocht naar stoomwolken, pepernoten en een rode mijter.



Geef me meer. Maar natuurlijk.



Vrinden: Bas van der Ploeg, Jerry Vermanen, Joost Schellevis, Peter de Jonge en Lennart van der Burg.