donderdag, 17 september, 2015
Column

Van hiervoor: Hoi, mijn naam is Stefan Popa en ik ben schrijver.
Wat volgt: Receptuur: Hoe bereid je een merel?

Wat doen mijn personages in Spanje?

Bij de lunch word ik gehinderd door Henri. Dat doet hij soms. Hij is één van de hoofdpersonen van mijn nieuwe roman. Ik zit op het terras, duidelijk vakantie te vieren, maar dat weerhoudt hem er niet van om mijn gedachten binnen te wandelen. Typisch Henri, alleen maar denkend aan zichzelf. Het kan hem niets schelen dat ik in Spanje zit.
Ik jaag hem naar de achtergrond. Toledo ligt er prachtig bij. Het is een plaatsje niet ver onder de hoofdstad van Spanje. Ik zit in de zon. Het is bijna dertig graden in de regio waar wij ons bevinden, Castilië-La Mancha. Heel fijn. En het blijft droog. Althans, op voorhoofden en okselholtes na. Ik schenk mijzelf nog wat sangria in. Wijnlimonade, dat zou een goede Nederlandse vertaling zijn, denk ik. Ik zet de karaf terug op tafel. De vruchten en ijsklontjes schommelen.

De Spaanse wijn smaakt. Henri lijkt verdwenen, maar dan krijg ik een mailtje van mijn uitgever binnen. In de bijlage staat een afbeelding van een levensgrote banner waar een foto van mij op gedrukt staat. Rechtsboven is ruimte voor mijn nieuwe roman A27 en de bijna filmische slogan drie mensen, drie levens, één file. Het heeft iets ongemakkelijks. Mijn uitgever zet zwaar in op mijn tweede boek. Dat is fijn, eervol, maar het zorgt eveneens voor druk. Je weet nooit of een boek verkoopt of niet. Het enige wat ik eraan kan doen, is het verhaal in mijn hoofd zo goed mogelijk op papier krijgen. En daar komt weer een personage mijn gedachten overnemen: het is Malines, die minnetjes haar hoofd schudt, zoals ze vaker doet als ze ergens het hare van denkt. Is A27 goed genoeg? Daar denk ik aan in de Spaanse zon. Heb ik mijn personages goed genoeg behandeld?

Ons hotel ligt op een heuvel buiten het centrum. Vanaf het terras overzie ik het stadje. Het klooster, de kathedraal, de moskee, de stadsmuren, de torens, het fort dat vroeger de stad moest beschermen en tegenwoordig als bibliotheek de cultuur verdedigt. Ik denk aan Don Quichot van La Mancha, de hoofdpersoon uit Cervantes’ De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, die in deze buurt windmolens aanviel en zich allerlei ridderlijke uitspattingen veroorloofde. Het boek, of eigenlijk de boeken, stamt uit 1606 (deel twee verscheen elf jaar later) en nog altijd waadt de edelman door Toledo. Toeristenwinkeltjes verkopen van alles waar zijn beeltenis op staat.
Sommigen noemen De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha een belangrijk meesterwerk, anderen zelfs de eerste grote moderne roman. Ik noem het de beste roman, ooit. Er bestaat zelfs een waar Don Quichot-pad. Kun je een beetje in de voetsporen van de grote held treden. Maar ik lees liever opnieuw het boek. Geen voettocht kan de avonturen van Don Quichot evenaren. Het enige wat ik wilde, was een tekeningetje scoren voor op mijn schrijfkamer. De ridder en zijn schildknaap, handgemaakt door een kunstenaar uit de regio. Nergens te vinden. Alleen voorgedrukt spul. En zwaarden, veel zwaarden, van hout, plastic en staal. Daar pas ik voor.

Wat moet ik met een zwaard? Ik heb niets te bevechten, behalve mijn eigen twijfels. En mijn personages wellicht, denk ik, terwijl ik mij afvraag of ik Sjors wel genoeg aandacht heb geschonken in mijn nieuwe roman. Hij vindt van wel, maar misschien wil hij mij niet opnieuw aan het werk zetten. Zo is Sjors. Hij cijfert zichzelf weg.
Zonder een potloodschets van Don Quichot en diens schildknaap ben ik teruggekeerd in Nederland. Het land van de deadlines. A27 moet af. Mijn redacteur heeft mij nog wat strepen en kruisjes aangeleverd. Er is werk aan de winkel. Wie schrijft, die blijft. Maar ik doe het niet voor mijzelf. Ik wil net als Cervantes overvleugeld worden door mijn eigen personages. Don Quichot is overal. In Toledo, maar ook daarbuiten. De anti-held die toch het heldendom heeft bereikt.

Ik spoel mijn twijfels weg met wijnlimonade. De lezer verdient de best mogelijke roman, mijn uitgeverij eveneens. Maar voor Henri, Malines en Sjors is A27 nog belangrijker. Voor hen is het de wereld. Voor hen is het van levensbelang. Zij wensen niet te worden vergeten.

Deze column verscheen 13 mei 2015 op Hebban.