‘Ik wil kinderen.’
‘Nu?’
‘Ja.’
‘Nee.’
‘Ik wil het gewoon proberen.’
‘Dat wil ik ook wel.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja.’
‘Schat toch.’
‘Maar ik hoef geen kinderen.’ Voort…
De kamer ruikt naar tandartshandschoenen, denkt hij. Het liefdeskoppel zucht synchroon. Zijn vrouw stoort zich niet aan de overheersende geur. Ze duikt met haar neus in zijn okselhaar. Haar neus is – hoewel correct van vorm – niet verfijnd. Zijn haren kietelen, maar dat vindt zij niet hinderlijk. Ze houdt van deze veilige plek, haar nest, haar vestingwerk van klitten. Ze voelt zich thuis in zijn lokale odeur van bacteriën, vet, talg en zweet. Voort…
Ik schrik me het apelazarus. De gorilla tegenover mij brult. Zijn kroost ruikt aan de rondslingerende uitwerpselen alvorens ze er poepballen van maken en elkaar beschieten. Ze lachen, zo klinkt het. Een behendige worp zou mij recht in het gezicht raken, maar kogelwerend glas verhindert de aanslag. Nu lachen ze niet meer; ik wel. Voort…
Geschater overschreeuwt het leven van een middeleeuwse straat, incluis de alledaagse hectiek van galoperende koetsen, geharnaste edellieden die met een rondborstige verovering, gehesen in korset, op de kont van hun ros door de stad paraderen, zwervende schooiers die hun broek laten zakken boven het openbare riool en lamlendige lapzwansen die tien stappen verder de kater van het gezicht wassen. Verderop zingt een bard een levenslied, onder het gezellig geknetter van een uiteenspattende heks op de brandstapel. Het volk juicht. Voort…
Kijk op en wandel. Geld vind je toch niet op straat. We pinnen. En ja, je hebt mooie schoenen. Je bent zielsgelukkig met je hoge / lage / fopsleetse / Italiaanse / open / versierde / harige / kinderlijke / uitverkoop / leren / plastic / steriele / kleurrijke / zakelijke / ordinaire / dure / stappers, in ieder geval totdat je voeten om nieuwe koeienvellen vragen, maar je hoeft ze niet constant te bewonderen. Kijk op en geniet van wat je kunt zien. Voort…
Het biechthok bloedde. ‘Vader, ik heb opnieuw stapels zonden gespaard. Sta me toe ze te belijden.’ Met mijn hand probeerde ik mijn ontsnappende dikke darm in toom te houden. Niets bespaarde ik de harige oren van de priester. ‘Ik beroofde een dochter van haar moeder en vice versa idem dito, leende spullen zonder de intentie de eigendommen te retourneren, bezorgde twee mannen met een alternatieve voorkeurssekse een oververhitte en opengesperde aarsopening met een stuk slaghout, heb me kortstondig laten betasten door een jongedame – ik vind het lastig, vader, om mijn liefde enkel aan God te schenken –, waarna ik vast niet als eerste noch als laatste mijn sanctum scrotum uit pure noodzaak en frustratie heb geleegd op het openbaar toilet.’ Voort…