maandag, 26 oktober, 2009
Blog

Van hiervoor: Ik ga op reis en neem mee
Wat volgt: Hoera!

Miauwers zijn de enige beesten in Istanboel

Istanboel: de wereldstad der Turken. De grootste plaats van Turkije, waar moslims samen met hun bedekte en ‘naakte’ vrouwen vijf maal per dag naar de moskee worden gejengeld. De metropool van de bontkraagjes, zoals we deze bevolkingsgroep in Nederland ‘liefkozend’ noemen. De stad van grondspuwers en K.U.T.-Marokkanen (want we zien geen discrepantie tussen de bevolkingsgroepen die 3320 kilometer van elkaar verschillen). Bovenal is Istanboel de stad van de katten. Poezelige poesjes, ruwe aristokatten als Thomas O’Malley, kruiperige kopjesgevers, katers met één, een half of geen oor, hinkende poezen, gevlekte, gestreepte, zwarte, witte, zwart-witte en bevlekte snoezige snoeten.

Ronald Giphart citeert in één van zijn columns voor de Volkskrant (voortreffelijk gebundeld in Mijn vrouw & andere stukken) Gerrit Gerritsen, beter bekend als Desiderius Erasmus. Erasmus schreef een pamflet in briefvorm over Turken, waarin hij een Keulse Freund uitlegde dat ‘de goddeloze Turk geen mens was maar een beest dat de beschaving probeerde te ondergraven’.

Dat is nogal een uitspraak, voor iemand die zijn naam ‘schonk’ aan de 808 meter lange Rotterdamse tuibrug. Ik twijfel niet aan de wijsheid van Erasmus, maar met zijn uitspraken over de Turken gaat de grote Hollander de bietenbrug op. Waarschijnlijk is hij nooit in Istanboel geweest, waar genoeg resten van beschavingen te vinden zijn. Griekse, Romeinse, Ottomaanse en Turkse stukken steen. Religieuze gebouwen zover het oog reikt. Religieuze geluiden verder dan het oog reikt. En de inwoners van de stad blinken uit in vriendelijkheid.

Natuurlijk zeuren ze je de oren van je hoofd of je een kebabje of een lamskotelet in hun restaurant komt eten. Keramiek kopjes kopen? Wil je een Turks tapijtje? Oorbelletjes? ‘Kijken, kijken, niet kopen’ en ‘lekker, lekker, hapje eten’. Ze moeten wel. Istanboel ademt wel modern, maar de inwoners zijn nog steeds buitengewoon arm (hoewel: voor Turkse begrippen heeft een Istanboeler een boel centjes). Zeuren en zeiken om te overleven. Maar, Erasmus, beesten zijn het absoluut niet.

De hordes poezen (en her en der een rat tussen de tanden van de kat) waren de enige beesten in dé Oosterse stad van het Westen. Neen, Istanboel is mij niet alleen meegevallen, maar ook erg bevallen. Ik ben dit jaar al in veel charismatische plaatsen geweest – Geert Mak is er niets bij – en deze Turkse stad is daar zeker één van. En zeg nu zelf, miauwende beestjes schenken ook wel wat extra charme aan een stad, nietwaar?

3 gedachten over “Miauwers zijn de enige beesten in Istanboel

  1. henk

    Ditmaal een Turkse wijsheid geboren uit een charismatische ervaring van de freelance journalist zelf. Mij viel de eer te beurt om met deze talentvolle schrijver onderuit gezakt in papzakkerige kussens wat te drinken en te mijmeren in deze wereldstad. Ietwat bedwelmt door de geur van de snoezige snoeten werkte niet alleen deze geur maar ook de rest van deze metropool diep in op mijn gemoed. Een onvergetelijke oosterse en westerse ervaring met talentvolle mensen om mij heen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*