woensdag, 7 oktober, 2015
Blog

Van hiervoor: Receptuur: Hoe bereid je een merel?
Wat volgt: Zeg in ieder geval dat het lief is

Kinderboekenweek

Opa en oma waren op visite, dus het was woensdag. Ik was zes, misschien zeven. De herfst had zijn beloofde terugkeer gemaakt. De beste tijd om de natuur te veroveren. De kabouters verfden hun huizen opnieuw rood en brachten stippen aan. Er lagen weer eikeldopjes om op te fluiten, beukennootjes om op te eten. Maar nee, opa, zei ik, vandaag laten we de laarzen staan en trek ik mijn bootschoentjes aan, die blauwe met die rode vetertjes. Ik wilde naar de bibliotheek, want daar zou de Kinderboekenweek worden geopend.

Er was een speciale kindertafel ingericht en er lag voor iedereen een stempelkaart. Je kreeg de hele Kinderboekenweek de tijd om een stuk of wat boeken te lezen. Elk ingeleverd boek leverde een stempel op. Ik pakte Tin Toeval en de kunst van het verdwalen van de tafel. Het omslag kon mij wel bekoren. En dan die titel! Ik was klaar voor de start.

Tin Toeval, of eigenlijk schrijver Guus Kuijer, leerde mij de kunst van het verdwalen. Thuis besprong ik een afgeleefde fauteuil en kronkelde mij in allerlei leeshoudingen. Ik sloeg het boek open en iets later – maar wat is iets? – weer dicht. Uit. Ik moest opa zoeken, het verhaal voor hem samenvatten, en hem heel zoetjes vragen of we nog een keer naar de bieb konden.

Dat korte loopje van huis naar bibliotheek zouden we die dag vaker maken. Opa had niets aan mij die woensdag. Ik wel aan hem. Driemaal liepen we heen en terug. Niet omdat ik per se stempels nodig had: ik had een boek nodig. De laatste ronde vond mijn opa het wel best. Ik moest er maar meteen twee uitkiezen.

Natuurlijk kreeg ik mijn stempelkaart vol. Ik won iets, of nee, ik had iets verdiend. Wat ik mee naar huis mocht nemen, weet ik echter niet meer. Een sticker, een snoepje? Geen flauw idee. Maar de avonturen van Tin Toeval staan mij nog altijd helder bij.